Novemberkou

November 2016

De supermaan is achter de wolken gebleven en vandaag rukt de wind alle resterende blaadjes onverbiddelijk los. Die hingen gisteren nog als kleurige verfspatten hoog in de bomen en vormen nu mooie hopen nat en bij mekaar gewaaid blad op straat. Ze blijven elegant liggen en rollen wat verder naar mekaar toe, nog even platte rust vooraleer straks de woeste bladblazers eraan komen.

Het riet, dat vorige maand feestelijk met zijn pluimen stond te zwaaien tegen de staalblauwe lucht, is geel geworden en het is vandaag denk ik al honderd keer gaan liggen en weer opgezwiept, een toonbeeld van veerkracht. Mijn verjaardagsboeket, dat ik half verlept naar de terrastafel had verhuisd, is nu helemaal naar de vaantjes, de vaas ligt omvergevallen in harde scherven.

Terwijl ik de gevaarlijke stukken wit glas verzamel in een kartonnen doos, bedenk ik dat de natuur krachtig is, dat het iets blijft waar iedereen, het buigende riet, de kale bomen die nu de winter doormoeten zonder jas, en wij mensenkinderen, niets aan te zeggen hebben. Als het dak maar gerepareerd is voor die felle regen komt, zijn we allang blij. We duiken in kragen en zetten weer die kriebelmuts van vorig jaar op, we vergeten handschoenen ’s morgens en onze vingers doen pijn bij het fietsen.

Wie slim is neemt in dit donkere seizoen niet teveel hooi op de vork en liefst ook wat vitamine C. Wee diegene die blijft dartelen als in die frivole zomer, die moet een weekje uitzieken in de zetel, boeten voor zoveel onachtzaamheid want de energiereserves slinken ongemerkt en de virussen staan klaar voor de aanval. Niets aan te doen, terug naar start en u zal de rest van de week horizontaal snotteren in een zetel naar keuze.

Met snot en een dikke keel ben ik zachtjes aan het lezen begonnen, kleine porties letters, grote sloten saliethee. Een kleine geschiedenis van de mensheid, over hoe we ooit begonnen als apen en in kleine groepjes van een 20-tal, een stam, overleefden door voedsel te verzamelen en samen te werken om een beest te vangen.

Misschien was er een baas in de stam, misschien was dat een man, misschien een vrouw. Het is heel waarschijnlijk dat vrouwen kinderen kregen zonder dat ze wisten wie de vader was. De vaders, die ervan uit gingen dat elk kind wel eens hun kind zou kunnen zijn, waren mogelijk geneigd goed te zorgen voor hun nageslacht en dus veel beesten te vangen. We waren fit, met heel weinig en aten alles wat we tegenkwamen. Ik denk heel vermoedelijk ook iets met ‘alles wat los en vast zit’, maar we gaan uiteraard niet uit de grot klappen.

Vandaag zijn we geëvolueerde apen, hebben we wetten, verhalen, dogma’s en religies uitgevonden, landen, principes, waarden en vlaggen om achter te lopen en dat heeft ons geen windeieren gelegd, want we zijn nu met zo ontieglijk veel en zijn verworden tot het gevaarlijkste dier op aarde. De stammen van weleer zijn opgeschaald, ze zijn niet meer verenigd in de strijd om te overleven maar verenigd in een verhaal, een nationaliteit, een religie.

In Amerika is deze maand een opperhoofd verkozen met een verhaal waar ik mijn hart voor vasthou, eentje van oude frustraties en malcontenterij, wij tegen de rest en zwart tegen wit. Welk een contrast met de elegante bard die de dag voordien deze bol verliet, onhandige zakenman die zich laat beduvelen door een oud lief en terug de hort op moet. Zonder veel malcontenterij, maar met de glimlach en het plezier. We hebben deze dagen zo een nieuw verhaal nodig, eentje van veerkracht en van wakkere burgers die zich fluks en vooral massaal uit hun warme zetels hijsen.

sofie@letterloof.be

Wil je graag op deze tekst reageren, mail me gerust!