In stilte lezen

Januari 2017

Als we in stilte mochten lezen in de klas, dan was ik een gelukkig kind. Het gebeurde niet vaak, die stilte in de klas, alsof er buiten sneeuw lag die alle rumoer dempte, twintig kinderen gehuld in een zachte pluis tijd, een zeldzaam moment dat voor mij even niet als school aanvoelde.

Achteraf bekeken vraag ik me af of het misschien nèt die momenten waren dat de juf of meester eindelijk ook eens lekker wat kon nadenken of even kon wegdromen door het raam. Toen moest dat soort van bezigheden nog niet geregistreerd worden en in tabellen gegoten denk ik. Mocht de eindterm toen al bestaan hebben zou hij misschien geklonken hebben als: ‘kinderen moeten af en toe eens samen in stilte lezen, dat is goed voor hen want dat helpt hen een beetje rust te krijgen in deze dolle wereld en het geeft ook de leerkracht een moment van broodnodige ontspanning’.

Op de achterbank van de auto las ik alle reclameborden, uithangborden en wegwijzers luidop voor, van puur plezier voor die wereld die plots voor me openging. Mijn kleine broer vroeg me om hem het televisieprogramma achter in de krant voor te lezen en die eerste keer in de bibliotheek nam ik meteen 5 boeken mee. Ooit liep ik zelfs lezend onze straat uit, mijn ogen afwisselend in de dagboeken van Anaïs Nin en speurend op het trottoir voor onverhoedse obstakels op de weg.

Die letterhonger is eigenlijk nooit meer overgegaan. Vandaag heb ik een goedgevulde boekenkast, twee bibliotheekkaarten en liggen er boeken op mijn nachtkastje en in mijn handtas, vind ik boeken, leen ik ze uit, geef ik ze weg, ruik ik eraan en ga steeds vaker overstag, louter voor de kaft of de titel. Op sommige schrijvers ben ik zelfs een beetje verliefd. Heb je ooit al eens goed gekeken naar die mooie kop van Paul Auster ? Juist. Nog juister: lees een boek van hem.

Soms neem ik ’s avonds een boek vast en lees de passage waar mijn oog aan blijft haken. Niet zelden blijkt daar een mooie waarheid in te zitten, soms is het een zin als een pleister, louterende letters die me, staand in de woonkamer met het boek in de hand, stil en blij kunnen maken.

In 2016 ben ik een opleiding gestart èn tussen twee modules door, een paar weken op zwerftocht geweest door Oost-Europa. Niet echt veel leestijd over zou je denken. Tot mijn grote verbazing heb ik nooit meer gelezen dan het afgelopen jaar want er staan bijna veertig boeken op het lijstje, netjes achteraan in mijn agenda genoteerd.

In een aantal boeken ben ik ergens voorbij halverwege gestopt, die liggen op mijn nachtkastje te wachten op hun moment, het moment dat ik ze terug eens goed vastpak voor het slapengaan. Zo lees ik op een dag zeker verder in ‘Een man’ van Oriana Fallaci, een dikke klepper met een kaartje bij pagina 300. Ook zo bij ‘Het tuinfeest’ van György Konrad en ‘Kleine geschiedenis van de mensheid’ van Yuval Noah Harari, dikke intense boeken die ik graag in 2017 nog met wat tijd aanleng. Hét nachtkastboek van het jaar was wel ‘Walden’ van H.D. Thoreau, een klassieker van de eerste milieudenker ooit, een man die twee jaar nota nam van het leven in een hut aan een meer.

Een zeldzame keer heb ik een boek weggelegd omdat het me echt niet kon boeien. ‘Vijftig tinten grijs’ lag beduimeld op me te wachten op een bankje in Zeeland, ik nam het mee naar het strand en ben het zonder rode oortjes terug gaan leggen op dat bankje. Het enige wat er in de eerste langgerekte en slecht geschreven pagina’s gebeurt is een hijgende kus ergens in een lift dacht ik. ‘Brutazur’ van Yumi NG, wat ook gaat over een vrouw die de bevrijding van de onderwerping zoekt, vond ik iets beter geschreven maar ik werd er eerlijk gezegd niet warm of koud van. ‘De kinderen van Calais’ van Lara Taveirne zit bomvol mooie vondsten die jammer genoeg een beetje als een kapotte kralenketting uit mekaar bungelen.

Voor mijn opleiding las ik boeken met titels als ‘Oplossingsgericht coachen’, Lifecoaching voor dummies’, ‘Ontwerp je eigen leven’, ‘Stop burn-out’, ‘Refuse to choose’ maar ook ‘U lijkt me een vrij hopeloos geval’, een titel die me uiteraard meteen verleidde. ‘De kracht van kwetsbaarheid’ van Brené Brown is een aanrader voor de medemens die wel eens als ‘te gevoelig’ weggezet wordt.

Toen ik het net uithad, en dat ging heel snel, heb ik meteen iedereen die het wou horen ‘De verwarde cavia’ van Paulien Cornelisse getipt. Kortverhaaltjes over het kantoor, geschreven door iemand die met succes schrijft over taal en die, als je tenminste haar wildwaterstroom aan gedachten kan smaken, ook een fijne comédienne is.

Op reis had ik enkel boeken met me meegenomen die ik zou lezen en dan ergens onderweg achterlaten, ferme Scandinavische thrillers die nu in het boekenkastje van een Hongaars vakantiehuisje staan. In datzelfde huisje lagen een pak Nederlandstalige boeken over de Balkan en zijn geschiedenis op me te wachten, tijdens die reis heb ik wel vaker het gevoel gehad dat iemand al op voorhand her en der wat kadootjes had verstopt. ‘Angst overwint alles’ is een bundel onbekende verhalen samengesteld door Arnon Grunberg en ‘Cafe Europa’ van Slavenka Draculic, geeft een boeiende inkijk in haar leven als Joegoslavische journaliste in het voormalige Oostblok.

Lang voor deze reis naar Oost-Europa gepland was, was ik al aan het lezen in ‘De bezitlozen’ van Szilard Borbély, een boek uitgegeven bij Lebowski dat ik kocht voor de mooie vormgeving en ook omdat ik meer wou weten van het Hongaarse platteland tijdens het Kadar-tijdperk. Een parel van een vertelling.

‘Doorgang’ van David Mitchell en ‘De hoge bergen van Portugal’ ben ik na aankoop meteen beginnen lezen, beide boeken nemen je mee op een vakantie in je hoofd, je kan ze lui uitlezen in je eigen zetel of tuin, in de tijd dat je een reis boekt, koffers pakt en de hele weg heen en weer naar je bestemming aflegt. Dat allemaal zonder dat je een korte broek aanmoet. Met ‘De Val’ van Roderik Six in de handtas beland je in een grimmig donker bos en in de krochten van ’s mens’ ziel, zomaar overdag op de trein. Het relaas van Delphine de Vigan ‘Niets weerstaat de nacht’ laat geen enkele dochter onberoerd.

Het eerste boek dat ik kocht in 2016, ‘Het verkoolde alfabet’ van de dit jaar helaas overleden Paul De Wispelaere, was meteen een hele fijne ontdekking van een dagboek zoals ik wou dat ik het kon schrijven. Hij schrijft zo liefdevol over zijn tuin en zijn liefdes dat ik graag eens in zijn leven had mogen meespelen. ‘Dertig dagen’ van Annelies Verbeke en de verhalenbundel ‘Stilte’ van Alice Munro scherpen mijn zin in schrijven nog veel meer. ‘Niemand is ooit verloren’ van de jonge schrijfster Catherine Lacey was de ontdekking van het jaar, in een virtuoze taal schrijft ze over een vrouw die alles achterlaat, op zwerftocht vertrekt en zich hele mooie dingen afvraagt onderweg.

Het boek waar ik mijn jaar mee afrondde ‘Contouren’ van Rachel Cusk neemt je mee in de verhalen van een groep mensen opgetekend door de schrijfster. Zelf blijft ze helemaal op de achtergrond en toch, naargelang het boek vordert, zie je haar contouren ingevuld geraken en wordt ze voor de aandachtige lezer stilletjes zichtbaar, alsof die andere verhalen haar zelf het leven inblazen, een fantastische vondst.

Voor 2017 wens ik iedereen stille leesmomenten en mooie ontsnappingen in jullie hoofd.

sofie@letterloof.be

Wil je graag op deze tekst reageren, mail me gerust!