Iguanodon

Augustus 2015

Mijn lief en ik rijden op zijn zondags wat door de Borinage, ooit onze nationale mijntrots, zoals we erin gestampt kregen in de les aardrijkskunde en een naam die me toen, bij de blinde kaart aan het bord, even exotisch en onbestemd aandeed als het Hogedrukgebied boven de Azoren.

In Monsecour, vlak bij de Franse grens, is de weg onderbroken voor een rommelmarkt. Bovenop het kruispunt, een mooi hotel-brasserie waar croque-monsieurs en mosselen op de kaart staan en de rode geraniums aan de schuifpui nog goed verzorgd worden. Van de geblokte vloer zou je kunnen eten.

Voorbij dit lichtpunt is er echter leegstand en een lange weg naar beneden, naar Frankrijk. Links een winkelstraat met vuile dorpels en beplakte ramen, rechts een straat bezaaid met vaasjes, videobanden, plastieken handtassen, slazwierders en acryl truien. Van alles wat ooit modieus was ligt hier wel een gekreukte namaakversie tussen het gras en de steentjes.

Vrouwen met lijven als bobbelmatras, ingezwachteld in kunststof van afgewassen zwart, sloffen aan en af, of brengen, vervaarlijk leunend in een campingstoel, hun koopwaar aan de man. Harde mannenkoppen uitgesleten door drank en sigaretten. Meisjes in roze doorkijk hinken door de plassen van gisteren, magere jongens met een blik op verwegvanhier willen een brommer en papa is niet thuis. Twee nonnen speuren schuifelend naar koopjes voor de rest van de ploeg barmhartigen, alles in het groot en liefst met korting.

“Ik wil naar Bernissart!” “Wat is er in Bernissart misschien?”

“Ze hebben daar vroeger skeletten gevonden van voorhistorische beesten.”

Trias, Jura, Krijt, de enige opsomming die ik me nog herinner uit die lange sliert van tijdvakken van ver weg en lang geleden.

“Ah ja, dat zegt mij wel iets, kom, we gaan eens zien!”

Een afgewassen bordje dat we nét niet missen, een oprijlaan die uitkomt op een parking met links een grote lege school en rechts eindelijk, het museum van de Iguanodon. Twee auto’s op de parking. Het museum lijkt van de buitenkant wel een oude cinema of een karige loods die wacht op een opfrisbeurt.

We volgen best de groene poten op de vloer, dan kunnen we niet mislopen volgens de dame aan de kassa, ze heeft net een sigaret gerookt op de koer. Niet dat er veel kans is om hier de weg te verliezen, het parcours begint bij de kassa en draait een toer rond de Iguanodon die in het midden van de hangar opgesteld staat in zijn versteende eenzaamheid. Rondomrond, kastjes met daarop gespeld en geplakt, moeilijke namen en hier en daar handgeschreven uitleg van waar de tentoongestelde fossielen gevonden zijn, het plakband vergeeld en korrelig.

31 Iguanodons en nog een handvol andere dieren, zijn hier gevonden aan het eind van de 19de eeuw, naar hun doodsoorzaak is het gissen, collectief verdronken of in miljoenen jaren tijd afgegleden naar mekaar toe, eindigend in een holletje klei bij mekaar.

Ingenieur De Pauw deed er met zijn ploeg drie jaar over om de botten naar boven te halen en met paard en kar over te brengen naar Brussel waar ze nu opgetuigd staan in het Museum voor Natuurwetenschappen.

Ingenieur De Pauw, gij die al deze broze botten hier uit de klei haalde, omzwachtelde en met de grootste voorzichtigheid redde uit dit verloren gat, kunt gij nog eens terugkomen alsjeblieft ?? Er is hier nog werk. Fossielen van verslagenheid en miserie genoeg.

sofie@letterloof.be

Wil je graag op deze tekst reageren, mail me gerust!